Info Beeldhouwkunst

[SinglePic not found]In dit atelier staat de ruimtelijke vormgeving centraal. Waarneming, compositie, expressie en techniek lopen als een rode draad doorheen de opleiding. De eerste twee jaren zal de cursist vooral boetseren in klei waarna de werkstukken worden ‘afgegoten’ in gips.

Het zijn intensieve vormstudies, gekoppeld aan specifieke, technische beeldhouwtechnieken.

Vanaf jaar drie worden de opdrachten meer individueel ingevuld en zal de cursist zich gaan toeleggen op technieken naar eigen keuze: lassen, kappen, houtsnijden, assembleren, enz.

In jaar vier en vijf zal de cursist zijn persoonlijke vormentaal verder uitpuren, wat moet resulteren in een sterk, individueel eindproject.

Jaar 1

In het eerste jaar maakt de cursist kennis met de basistechnieken van de beeldhouwkunst, zoals boetseren in klei, het maken van een eenvoudige gipsmal en het afgieten in gips. Deze technieken
vinden toepassingen in boetseeropdrachten die gericht zijn op het aanscherpen van de waarneming, het ontwikkelen van gevoel voor compositie en het ruimtelijk denken. De cursist leert ‘voorstudies’ tekenen en boetseren, maakt kennis met het werk van beeldhouwers en leert eenvoudige opdrachten nauwkeurig uitvoeren.

Jaar 2

Klei en gips blijft het basismateriaal voor de uitvoering van de meeste opdrachten. Deze zeer flexibele materialen lenen zich uitstekend voor vormstudies allerhande. Naast waarnemingsoefeningen wordt er geleidelijk aan meer aandacht besteed aan het ontwerpproces. De cursist gaat ook voor het eerst eenvoudige lastechnieken inoefenen om onder meer een armatuur (een metalen geraamte ter versteviging van een kleivorm) te leren samenstellen. Bij dit alles gaan we steeds op zoek naar verbanden en voorbeelden uit de kunstgeschiedenis.

Jaar 3

Jaar 3 kan binnen de opleiding aanzien worden als een ‘kanteljaar’. Omdat we ernaar streven om de cursist in de loop van de opleiding een persoonlijke vormentaal te laten ontwikkelen, krijgt hij
vanaf dit jaar meer persoonlijke inbreng in zijn opleiding. Het jaarprogramma wordt zo samengesteld dat de cursist, naast enkele vaste opdrachten, een eigen selectie kan maken uit een reeks keuzeopdrachten, geheel afhankelijk van de individuele mogelijkheden of interesses. Het ontstaan, de groei en de uitvoering van een werk, kortom de totale evolutie van een ‘creatie’  wordt nauwgezet opgevolgd en ontleed.

Jaar 4

De individuele inbreng van de cursist wordt uitermate belangrijk. Hij bepaalt, weliswaar in overleg en consensus met de docent, uit welke elementen het individueel jaarprogramma samengesteld wordt in overeenstemming met zijn doelstellingen. Daarbij kiest de cursist zelf in welke materialen (steen, metaal, hout, polyester, gips, enz.) de werken zullen uitgevoerd worden. De docent wordt een begeleider die door motivatie, plastische en technische ondersteuning het persoonlijke creatieproces van de cursist tracht (bij) te sturen en te intensifiëren.

Jaar 5

De cursist werkt aan een zelf gekozen, individueel project waarin alle doelstellingen voor de afronding van de opleiding vervat liggen. Indien nodig voegt de docent enkele elementen aan het project toe om zowel de technische als kunstzinnige verworvenheden naar de vereiste moeilijkheidsgraad op te tillen. De cursist werkt in materialen en met technieken naar eigen keuze zodat de meeste aandacht kan gaan naar persoonlijke interpretatie, vormgeving en zeggingskracht.  Dit alles moet resulteren in een sterk, samenhangend afstudeerproject.

Aan het einde van jaar 4 en 5 wordt het werk voorgelegd aan een jury, samengesteld uit 2 kunstenaars van buiten de academie en de vakdocent(en) van het IKO. Indien geslaagd ontvangt de cursist een getuigschrift van de Vlaamse Gemeenschap.

  • Share/Save/Bookmark
INSCHRIJVINGEN 2010-2011
Het Stenen Kindeken
Get the Flash Player to see the slideshow.
Agenda
september 2010
ma di wo do vr za zo
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
27282930EC
IKO op Facebook