Cursisten
EVALUATIE EN BEOORDELING WERK
Hoe wij uw werk op het einde van een jaar beoordelen
In het IKO gelden hiervoor, zowel voor leerkrachten als juryleden, duidelijke en strikte richtlijnen.
De directeur (en ev. de Rijksinspecteur) kijkt toe op het correcte verloop van beoordelingsprocedure (begripsverklaring onderaan deze pagina).
Jaar 1 & 2: Procesevaluatie: 40p. - Productevaluatie: 30p. - Plastisch resultaat: 30p. = Totaal 100p.
Per ongewettigde afwezigheid aftrek van 1 pt. (tot een maximum van -20p)
Jaar 2: Kunstgeschiedenis 10ptn.
Jaar 3: Procesevaluatie 30p. - Productevaluatie 30p. - Plastisch resultaat 40p. = Totaal 100p. Per ongewettigde afwezigheid aftrek van 1pt. (tot een maximum van -20p)
Vanaf schooljaar 2003-2004: Kunstgeschiedenis 10ptn.
Jaar 4 & 5: Procesevaluatie 10p. - Productevaluatie 10p. - Plastisch resultaat 20p. = Totaal 40p op 100 Jury 60p. : Het jurylid spreekt zich persoonlijk uit over de voorgelegde plastische resultaten en de mate waarin het werk getuigt van persoonlijkheid (de ateliertitularis schetst de evolutie van de cursist.
Hij/zij neemt t.o.v. de jury in principe de verdediging op van de cursist.). De jury bestaat uit de vakleerkrachten van het IKO + minimaal evenveel vakmensen van buiten de academie. De directeur is voorzitter van de jury.
Om te slagen en dus over te gaan naar een hoger jaar dient de cursist 60 punten op 100 te halen. In twijfelgevallen beslist een deliberatie over de uiteindelijke score. Hier kan niet op teruggekomen worden.
De cursisten kunnen, indien zij dat wensen, hun werk persoonlijk toelichten aan de jury. De juryleden srpeken met de cursist over het werk en geven hun mening rechtstreeks te kennen. Aan- of afwezigheden worden in het vierde en vijfde jaar niet meer in rekening gebracht.
Begripsverklaring:
PROCESEVALUATIE: beoordeling van de evolutie die de leerling doormaakt; m.a.w.: in welke mate vordert de leerling of blijft hij/zij op hetzelfde peil hangen? Kan men vooruitgang aflezen zowel op technisch als op plastisch gebied?
PRODUCTEVALUATIE: beoordeling van de graad waarin de vooropgestelde doelstelling werd behaald. Deze ‘doelstellingen’ staan in het lesprogramma. Concreet betekent dit dat het uiteindelijk product (het werk), zeker de eerste jaren, op de tweede plaats komt. Doorslaggevend is de evolutie van de leerling. Daarentegen: Hoe hoger de leerling, hoe meer belang gehecht wordt aan de plastische kwaliteiten van het werk (zie jurybeoordeling).
De beoordeling worden steeds neergeschreven in een evaluatiedocument (zeg maar een soort rapport) dat op het einde van elk jaar aan de cursist overhandigd wordt.
